Overzicht
Overleven
Lopen of fietsen door het duin in de zomer, een heerlijke bezigheid.
De wind door je haar en de zon op je bol.
Het is hoogzomer, het duin begint er dan anders uit te zien.
Als het in deze periode langdurig warm is en er ook nog eens weinig regen valt verkleurd het duinlandschap.
Dit is vooral goed te zien in het open duinlandschap waar de zon vrij spel heeft.
Veel planten, vooral grassen, krijgen dan een prachtige goudbruine gloed en je waant je op de Afrikaanse savanne, maar nee, je bent gewoon in ons eigen duingebied!
In dat goudbruine palet bevinden zich ook andere, zonniger, kleuren.
Dat zijn de overlevers, echte duinplanten die gewend zijn aan langdurige zomerhitte en droogte. Zij hebben zich aangepast aan het extreme duinklimaat.
In de maanden juli en augustus staan zij volop te bloeien in het verder dorre landschap.
Het zijn meestal planten met een dikke penwortel waarin voldoende reservevocht en voedsel zit opgeslagen. Een goed voorbeeld hiervan zijn slangenkruid of wilde peen.
Andere soorten gaan heel diep met hun haarwortels en zitten zo eigenlijk altijd met hun teentjes in het koele en vochtige zand. Geel walstro of kruipend stalkruid bijvoorbeeld.
Een andere manier van overleven is het vormen van een knol.
De knolboterbloem is ook een typische duinbewoner, hij bloeit in de voorzomer met mooie gele bloemen.
Als de zomer komt is de plant klaar,hij heeft zaad geproduceerd en alle voedingsstoffen zitten in het knolletje.
Het loof is afgestorven en het plantje loop volgend jaar in april weer vrolijk uit.
Wat is de natuur toch mooi!